Ondernemen

Deze wet bepaalt straks of jij nog zzp'er mag zijn

· 5 min leestijd

Zzp'ers zitten al jaren in onzekerheid over hun status. Ben je een echte zelfstandige, of eigenlijk gewoon een verkapte werknemer? Minister Aartsen publiceerde op 1 oktober een wetsvoorstel dat daar eindelijk duidelijkheid in moet brengen: de Zelfstandigenwet. Tot en met 29 oktober kan iedereen erop reageren via de internetconsultatie, en de wet moet in januari 2028 ingaan. Wat verandert er concreet voor jou, of je nu zelf als zzp'er werkt of opdrachtgevers inhuurt?

Waarom er na jaren gedoe eindelijk een nieuwe wet komt

De discussie over schijnzelfstandigheid sleept al jaren. De oude Wet DBA bleek in de praktijk nauwelijks te handhaven, en de opvolger, het wetsvoorstel VBAR, werd afgelopen maart grotendeels geschrapt. Alleen het rechtsvermoeden voor lage uurtarieven, onder de 38 euro per uur, bleef overeind. De Belastingdienst houdt zich in 2026 nog grotendeels aan een zachte landing: verzuimboetes voor een foutieve inzet van zelfstandigen komen er dit jaar niet, al kan bij opzet of grove schuld sinds januari wel een vergrijpboete volgen. Vanaf 2027 kunnen verzuimboetes weer terugkomen. De Zelfstandigenwet moet die onzekere tussenperiode afsluiten met heldere criteria, in plaats van losse rechtszaken en wisselende handhavingsrondes.

De zelfstandigentoets, dit moet je als ondernemer op orde hebben

De wet werkt met twee toetsen. De eerste, de zelfstandigentoets, kijkt naar jouw kant van het verhaal: gedraag jij je als ondernemer? Daarvoor moet je onder meer ingeschreven staan bij de KVK, een btw-nummer hebben en zelf verantwoordelijk zijn voor je facturatie. Daarnaast moet je in het lopende en voorafgaande kalenderjaar samen minimaal drie verschillende opdrachtgevers hebben gehad. Wie het hele jaar voor dezelfde klant werkt, voldoet dus niet automatisch aan deze toets. Ook moet je een minimumbedrag besteden aan voorzieningen tegen bedrijfsrisico's, denk aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering of een aansprakelijkheidsverzekering. Hoeveel dat minimumbedrag precies wordt, staat nog niet vast. Wil je nu al nadenken over die financiële buffer? Lees ook onze tips over pensioen opbouwen als ondernemer, want veel van die voorzieningen overlappen.

De werkrelatietoets, dit kijkt naar de opdracht zelf

De tweede toets, de werkrelatietoets, gaat niet over jou als persoon, maar over de afspraak tussen jou en je opdrachtgever. Centraal staat of er gezag ontbreekt. Kun jij zelf bepalen hoe, wanneer en waar je het werk uitvoert? Voor werk dat aan een vaste locatie of tijdstip gebonden is, zoals een bouwplaats, gelden uitzonderingen. Verder moet je op eigen rekening en risico werken: je kunt financieel voordeel hebben, maar draagt ook het risico als iets misgaat of een afspraak niet wordt gehaald. En allebei de partijen moeten willen werken buiten een dienstverband, dus niet alleen de opdrachtgever maar ook jij zelf.

Wat een veilige haven precies betekent (en wat niet)

Voldoe je aan alle criteria van beide toetsen, dan land je in wat de wet een veilige haven noemt. Een dienstverband is dan uitgesloten, zelfs als de praktijk achteraf anders blijkt te zijn gegaan. Mis je één criterium, dan betekent dat niet automatisch dat je toch werknemer bent. Je valt dan terug op de bestaande toetsing en jurisprudentie, zoals nu ook al gebeurt. De veilige haven is dus een extra zekerheid voor wie er makkelijk aan voldoet, geen harde grens die iedereen erbuiten meteen tot werknemer maakt. Veel details, zoals het exacte minimumbedrag voor voorzieningen, moeten nog worden uitgewerkt. Wil je de criteria woord voor woord nalezen, check dan het officiële nieuwsbericht van de Rijksoverheid.

Niet alleen zzp'ers, ook opdrachtgevers moeten opletten

De wet raakt net zo goed de bedrijven die zelfstandigen inhuren. Zij lopen nu het risico op naheffingen en boetes als achteraf blijkt dat een ingehuurde zzp'er feitelijk als werknemer functioneerde. Met de veilige haven krijgen opdrachtgevers een houvast: voldoet de samenwerking aan beide toetsen, dan hoeven ze achteraf geen vervelende verrassing te vrezen van de Belastingdienst. Branche-organisaties als ZZP Nederland vragen hun achterban dan ook actief om input te leveren voordat de consultatie sluit, juist omdat de precieze invulling van criteria als het minimumbedrag aan voorzieningen nog alle kanten op kan.

Wat jij nu al kunt doen voordat de wet er is

Je hoeft niet te wachten tot 2028 om je voor te bereiden. Check of je nu al voor meerdere opdrachtgevers werkt in plaats van voor één vaste klant, want dat criterium komt hoe dan ook terug. Leg vast hoe je je werk zelf indeelt en onderbouw dat met mailverkeer of een heldere opdrachtovereenkomst. Kijk ook naar je eigen buffer tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid, want die voorzieningen worden straks onderdeel van de toets. Heb je nog geen ondernemersplan, dan is dit een goed moment om er een te schrijven, juist omdat je daarin je klantenspreiding en risicobeheer al op papier zet. En wil je meepraten over de wet zelf, dan kan dat nog tot en met 29 oktober via de internetconsultatie. Twijfel je ondertussen of de Belastingdienst al naar jouw inkomsten kijkt, dan is het slim om ook even te lezen wat de Belastingdienst al pakt van bijverdiensten, want veel van die regels raken aan precies dezelfde discussie.

N
Geschreven door Niels Bergman Financieel Econoom

Niels was de jongen die op de middelbare school al een Excel-sheet had voor zijn zakgeld en bijbaantjesinkomsten, tot grote hilariteit van zijn vrienden. Die vrienden vragen hem nu allemaal om financieel advies. Met een master in financiele economie en acht jaar ervaring in de bankwereld schrijft hij over besparen, beleggen en slim omgaan met je hypotheek. Hij is ervan overtuigd dat de meeste Nederlanders duizenden euros per jaar laten liggen door simpele financiele fouten die makkelijk te voorkomen zijn.