Verdien je als zzp'er minder dan 38 euro per uur, dan verandert er dit jaar iets aan je juridische positie. Niet omdat dat tarief verboden wordt, maar omdat je vanaf de invoering van een nieuwe wet een stok achter de deur krijgt als een opdrachtgever je in de praktijk behandelt als werknemer. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 21 april 2026 aan, de Eerste Kamer volgde op 16 juni 2026, en op 29 juni 2026 stond de wet in het Staatsblad. Toch weet nog niemand precies wanneer hij echt ingaat.
Wat er precies verandert
De wet heet voluit de Wet invoering van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief. Kort gezegd: verdien je minder dan het grensbedrag, dan mag je er bij een conflict met je opdrachtgever vanuit gaan dat je eigenlijk in loondienst werkt. Dat vermoeden ontstaat niet automatisch via de Belastingdienst of de Arbeidsinspectie. Jij moet er zelf een beroep op doen, eventueel met hulp van een vakbond, bij je opdrachtgever of uiteindelijk bij de rechter. Vanaf dat moment draait de bewijslast om: niet jij toont aan dat je werknemer bent, maar je opdrachtgever moet aantonen dat je dat niet bent.
Waarom 38 euro de grens is
Het grensbedrag staat in het oorspronkelijke wetsvoorstel: minder dan 38 euro per uur, met als peildatum 1 januari 2026. Dat getal is geen verplicht minimumtarief. Je mag gewoon voor 25 euro per uur blijven werken als je daar zelf voor kiest, de wet verbiedt dat niet. Het bedrag bepaalt alleen wie toegang krijgt tot het rechtsvermoeden. Belangrijk is dat het definitieve bedrag bij de eerste toepassing nog apart wordt vastgesteld via een ministeriele regeling. De 38 euro is dus het uitgangspunt uit het wetsvoorstel, niet per se het bedrag waarmee de wet straks van start gaat.
Hoe het in de praktijk werkt
Stel dat je als freelance ontwerper 30 euro per uur rekent bij een vast opdrachtgever waar je al anderhalf jaar wekelijks op kantoor zit en instructies krijgt van een teamleider. Vind je dat die situatie eigenlijk op een dienstverband lijkt, dan kun je straks een beroep doen op het rechtsvermoeden. Werk je liever op projectbasis in plaats van per uur? Dat helpt niet om onder de grens uit te komen, want de wet kijkt naar je effectieve uurtarief. Een vast projectbedrag reken je dus terug naar uren.
Voor de vraag of iemand eigenlijk in loondienst werkt, hanteert de rechter nog steeds het toetsingskader uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad: hoeveel instructie en controle krijg je, hoe ingebed ben je in de organisatie, hoe lang loopt de opdracht en in hoeverre gedraag je je zelf als ondernemer. Adviesbureau Compagnon raadt opdrachtgevers daarom aan hun hele opdrachtenportefeuille te screenen met een "vlootschouw": een indeling in groen, grijs en rood naar risico op schijnzelfstandigheid.
Waarom niemand weet wanneer de wet ingaat
De Eerste Kamer meldt op haar eigen site dat de wet ingaat "op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip". Dat besluit is er bij het schrijven van dit artikel nog niet. In de vakpers duiken daarom verschillende verwachte data op, zoals 31 december 2026 of 1 januari 2027, maar dat zijn schattingen en geen vaststaande feiten. Los van deze specifieke wet besloot de Tweede Kamer eind 2025, vlak voor het kerstreces, om ook 2026 te behandelen als overgangsjaar voor de bredere handhaving van schijnzelfstandigheid. Dat betekent dat de Belastingdienst in 2026 nog niet de volledige wettelijke ruimte gebruikt, terwijl het risico voor opdrachtgevers wel groter wordt dan in 2025.
Wat er gebeurt met de bredere Zelfstandigenwet
Dit rechtsvermoeden is losgeknipt van een groter wetsvoorstel, de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden. Het verduidelijkingsdeel daarvan is geschrapt. In de plaats daarvan werkt het kabinet aan de Zelfstandigenwet, een initiatief van Kamerlid Thierry Aartsen, die zelfstandigheid vooraf laat toetsen door een onafhankelijke commissie in plaats van achteraf door de Belastingdienst. Na de verkiezingen van 2025 en de benoeming van Aartsen tot minister is die wet de meest waarschijnlijke opvolger geworden, maar een definitieve versie ligt er nog niet. Wil je weten wat die wet voor jouw status als zzp'er kan betekenen? Lees ook ons artikel over de Zelfstandigenwet.
Dit kun je als zzp'er nu al doen
Je hoeft niet te wachten op het koninklijk besluit om je positie te checken. Reken je projecttarieven terug naar een uurtarief en kijk of je boven of onder de 38 euro uitkomt. Werk je structureel voor een opdrachtgever onder die grens, dan is dit een goed moment om je zelfstandigheid aan te tonen: meerdere klanten, eigen materiaal, vrije planning en een zichtbare onderneming bij de KVK. Een helder uitgewerkt ondernemersplan helpt niet alleen bij de bank, maar ook als bewijs dat je zelfstandig ondernemer bent.
Houd daarbij ook de fiscale kant in de gaten. De zelfstandigenaftrek daalt van 2.470 euro in 2025 naar 1.200 euro in 2026 en 900 euro in 2027, waardoor ondernemen voor eigen rekening sowieso al duurder wordt. Wat de fiscus precies van je bijverdiensten en winst afhaalt, lees je in ons artikel over wat de Belastingdienst pakt van je bijverdiensten. Met een laag tarief en een krimpende aftrek is het nu extra belangrijk om scherp te zijn op je tarief, je contract en je bewijs van ondernemerschap.